ECLI:NL:RBSGR:2003:AG0155
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens ondeugdelijke motivering groepsvervolging Azerbeidzjan
Eiser, van etnisch Armeense afkomst en afkomstig uit Azerbeidzjan, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van het Vluchtelingenverdrag wegens groepsvervolging. Verweerder wees dit verzoek af met als argument dat er geen sprake was van vervolging enkel op grond van etnische afkomst sinds 1994. De rechtbank oordeelde dat het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken juist wijst op groepsvervolging in de periode 1988-1992 en dat het ontbreken van vervolging na 1994 vooral te verklaren is doordat vrijwel alle etnische Armeniërs Azerbeidzjan hadden verlaten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder zijn standpunt niet adequaat had gemotiveerd en dat het besluit daarom ondeugdelijk was. Tevens werd overwogen dat het binnenlands vluchtalternatief in Nagorny Karabach niet als duurzaam veilig kan worden beschouwd, mede gelet op het standpunt van de UNHCR.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder verboden eiser uit Nederland te verwijderen zolang niet opnieuw is beslist op het bezwaar. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep zelf besliste.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.