ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9669
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Dirks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wegens vervallen grond verlening
Eiser, een Somalische nationaliteit bezittende vreemdeling, had een voorwaardelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot 28 mei 2001. Na het verstrijken van deze vergunning vroeg hij op 23 april 2001 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd aan. Verweerder wees deze aanvraag af omdat de grond voor verlening van de eerdere vergunning was komen te vervallen, mede gelet op ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiser voerde aan dat verweerder zich onterecht baseerde op verouderde ambtsberichten en onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke situatie, waaronder het verblijf van zijn minderjarige broer in Nederland. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het beschermingsbeleid voor minderheidsgroepen in Somalië niet langer van toepassing was en dat de vergunning terecht was afgewezen.
Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen omdat de verblijfsvergunning van de broer van eiser het gevolg was van een ambtelijke fout en niet op inhoudelijke gronden was verleend. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind faalde, omdat deze niet van toepassing waren op eiser zelf.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt ongegrond verklaard.