ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.I. Hilberts-de Jong
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na strafrechtelijke detentie
De vreemdeling, van Iraanse nationaliteit, werd op 31 maart 2002 de toegang tot Nederland geweigerd en is sindsdien onder vrijheidsontnemende maatregel geplaatst. Na een periode van strafrechtelijke detentie wegens een overtreding van de Opiumwet, is op 23 mei 2003 een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat de verwijdering onvoldoende werd voorbereid tijdens zijn strafrechtelijke detentie.
De rechtbank overweegt dat hoewel de verwijdering zo spoedig mogelijk moet worden voorbereid, het uitblijven van activiteiten tijdens de strafrechtelijke detentie niet leidt tot opheffing van de maatregel. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het grensbewakingsbelang zwaarder weegt dan de belangen van de vreemdeling, mede omdat de vreemdeling zijn vertrek heeft vertraagd door een tweede asielverzoek in te dienen, zich te verzetten bij vertrek en te ontsnappen uit het grenshospitium.
De rechtbank constateert dat de vreemdeling verplicht is Nederland onmiddellijk te verlaten en dat verweerder op de dag van oplegging van de maatregel de voorbereiding van het vertrek is gestart. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en een tweede beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.