ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9730
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning op grond van klemmende humanitaire redenen voor Angolese vrouw met kinderen
Verzoekster, een alleenstaande vrouw uit Angola, verbleef onder dwang in een militair kamp van UNITA en heeft daar twee kinderen gekregen. Zij was slachtoffer van seksueel geweld en had geen contact met de buitenwereld. Na vertrek van de militair die haar beschermde, viel deze bescherming weg. Verweerder wees haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af, stellende dat geen sprake was van vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin en dat verzoekster geen geloofwaardig asielrelaas had.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar klemmende redenen van humanitaire aard die verzoekster verhinderen terug te keren naar Angola. De omstandigheden, waaronder het ontbreken van een sociaal vangnet, de zorg voor jonge kinderen en het verleden van dwang en seksueel geweld, rechtvaardigen een verblijfsvergunning. De rechtbank vernietigde de beschikking en wees verweerder op een nieuwe beslissing.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep gegrond werd verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde beoordeling van humanitaire gronden bij asielaanvragen.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, afwijzing verblijfsvergunning vernietigd en hernieuwde beslissing bevolen.