ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0433
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek bescherming Hindoestaanse asielzoeker
Verzoeker, een Hindoestaanse man uit Bangladesh, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel vanwege dreiging en geweld door islamitische groeperingen BNP en Jamaat-e-Islami. Zijn vader werd vermoord en zijn zus ontvoerd, terwijl de politie onvoldoende bescherming bood. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat de autoriteiten niet in staat of bereid waren bescherming te bieden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd, met name omdat geen ambtsbericht over de situatie in Bangladesh beschikbaar was en uit algemene bronnen bleek dat Hindoestanen vaak slachtoffer zijn van geweld door genoemde groeperingen en de autoriteiten niet altijd adequaat optreden. Verweerder diende nader te onderzoeken of bescherming mogelijk was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en wees het beroep toe. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd ongegrond verklaard omdat de procedurefase zich opnieuw in de aanvraagfase bevond. Partijen kunnen hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.