ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0509
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- C. Lely - van Goch
- D.S.M. Bak
- Rechtspraak.nl
Buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige mvv en toepasselijk overgangsrecht
Eisers, van Macedonische nationaliteit, dienden een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met als doel klemmende redenen van humanitaire aard en driejarenbeleid. De aanvraag werd buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eisers maakten bezwaar en stelden onder meer dat het mvv-vereiste een materiële eis is en dat zij een beroep konden doen op de hardheidsclausule.
De rechtbank stelt vast dat het mvv-vereiste, zoals neergelegd in artikel 16a van de oude Vreemdelingenwet, een procedurele (formele) bepaling is die geldt als vormvoorschrift voor het in behandeling nemen van een aanvraag. De buitenbehandelingstelling betekent dat de aanvraag niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verhindert dat in bezwaar of beroep alsnog een beroep op de hardheidsclausule kan worden gedaan om het besluit te herstellen.
Ten aanzien van het toepasselijke recht overweegt de rechtbank dat het oude formele recht van toepassing blijft op aanvragen ingediend vóór 1 april 2001, ook als de beslissing na die datum is genomen. Het nieuwe materiële recht van de Vreemdelingenwet 2000 is echter van toepassing op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. In dit geval is de buitenbehandelingstelling rechtmatig en is het beroep ongegrond verklaard. Eisers voldeden niet aan de voorwaarden voor vrijstelling van het mvv-vereiste, noch aan de criteria voor toepassing van de hardheidsclausule.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de buitenbehandelingstelling wegens ontbreken geldige mvv.