ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0693
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende belangenafweging gezinssituatie en medische omstandigheden
Verzoeker, van Bosnische nationaliteit, was ongewenst verklaard vanwege ernstige delicten gepleegd in de jaren 1992-1993. Na tien jaar zonder recidive vroeg hij om opheffing van de ongewenstverklaring en een verblijfsvergunning bij zijn Nederlandse partner, die ernstig ziek is en langdurige medische zorg nodig heeft.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van verzoeker en dat het bestreden besluit geen genuanceerde en adequate belangenafweging bevat in het kader van artikel 8 EVRM Pro. De medische situatie van de partner, de crisissituatie in het gezin en de dreigende uithuisplaatsing van de kinderen zijn onvoldoende meegewogen.
De voorzieningenrechter treft een voorlopige voorziening die verzoeker beschermt tegen uitzetting gedurende de bezwaarprocedure. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de opheffing van de ongewenstverklaring wordt vernietigd en een voorlopige voorziening getroffen ter bescherming van verzoeker.