ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1391
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet aangetoonde familierechtelijke relatie bij gezinshereniging
Eiseres, van Somalische nationaliteit, verzocht via haar moeder (referente) om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland in het kader van gezinshereniging. Verweerder wees de aanvraag af omdat de familierechtelijke relatie niet was aangetoond met officiële documenten, en verweerde zich dat er geen sprake was van een familie- of gezinsband zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet het biologische kind is van referente, en dat de overgelegde adoptieverklaring onvoldoende bewijs leverde van een juridische relatie. Hoewel verweerder aanvankelijk het bestaan van een familie- of gezinsleven erkende, werd dit standpunt later gewijzigd zonder voldoende motivatie. Tevens werd onvoldoende ingegaan op de identificerende vragen gesteld door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag afwees wegens het ontbreken van een familierechtelijke relatie, maar dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was met betrekking tot de schending van artikel 8 EVRM Pro. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffiegelden.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder moet een nieuw besluit nemen.