ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1411
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas en besluitmoratorium Noord-Irak
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege de onveilige situatie in Noord-Irak. Verweerder wees de aanvraag af en verleende slechts een voorwaardelijke vergunning. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas van eiser onvoldoende zwaarwegend was om bescherming te rechtvaardigen, mede omdat de Patriotic Union of Kurdistan (PUK) als autoriteit in Noord-Irak bescherming kan bieden. De rechtbank nam ambtsberichten en documenten in overweging die de controle van de PUK bevestigen en concludeerde dat eiser zich tot deze autoriteiten kan wenden.
Verder speelde het besluitmoratorium voor Noord-Irak een rol. De rechtbank stelde vast dat dit moratorium een wijziging van recht betreft en niet onder artikel 83 van Pro de Vw 2000 valt, maar de onderliggende feiten en omstandigheden wel als nieuwe feiten kunnen worden beschouwd. Vanwege de onduidelijke situatie achtte de rechtbank het niet aanvaardbaar om deze nieuwe feiten bij de beoordeling te betrekken, omdat dit de zaak onnodig zou vertragen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. Er werden geen proceskosten toegekend en tegen de uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.