ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1416
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering over vreemdelingenrechtelijke situatie Guinee
Eiser, een Guinese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning als vluchteling vanwege vrees voor vervolging door militaire autoriteiten in Guinee. Zijn vader was politiek actief en werd gevangen gezet, waarna eiser de plantage overnam waar ook Sierra Leoonse vluchtelingen werkten. Militairen kwamen op de plantage zoeken naar deze vluchtelingen, wat aanleiding gaf tot vrees bij eiser.
De minister wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van documenten ter staving van het asielrelaas en twijfels over de geloofwaardigheid. De rechtbank oordeelde echter dat het ontbreken van documenten niet automatisch tot ongeloofwaardigheid leidt en dat het relaas van eiser als uitgangspunt moest worden genomen.
De rechtbank constateerde dat het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken de problemen bevestigt waarvoor eiser vreest, maar dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is waarom deze risico's niet gelden voor eiser. De enkele overweging over de intenties van de militairen is onvoldoende. Daarom is het besluit in strijd met het motiveringsbeginsel en vernietigd.
De rechtbank veroordeelde de staat tot betaling van proceskosten aan eiser en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter Rombouts op 8 juli 2003 en is vatbaar voor hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.