ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1501
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring van vreemdeling tijdens vertrektermijn wegens schending hoor en wederhoor
Eiser, een vreemdeling van Joegoslavische nationaliteit, werd op 25 juli 2003 in bewaring gesteld tijdens zijn vertrektermijn na afwijzing van zijn asielaanvraag. Hij stelde dat zijn vrijheidsontneming tussen 8.00 en 9.30 uur onrechtmatig was omdat de maatregel pas om 9.30 uur werd opgelegd en hij daardoor zonder rechtsbijstand zat. Tevens voerde hij aan dat hij niet rechtmatig verwijderbaar was en dat verweerder ten onrechte had aangenomen dat hij niet over een geldig identiteitsdocument beschikte. Ook stelde hij dat hij detentieongeschikt was.
Verweerder stelde dat de vrijheidsbeperking voortvloeide uit de bevoegdheid tot uitzetting en dat eiser zich niet aan de vertrektermijn had gehouden. De rechtbank oordeelde dat de beperking van de bewegingsvrijheid tussen 6.00 en 9.30 uur voortvloeide uit de uitzettingsbevoegdheid en proportioneel was. De bewaring was rechtmatig omdat eiser geen rechtmatig verblijf meer had en niet beschikte over een identiteitsbewijs. Het beleid inzake asielaanvragen was niet van toepassing op reguliere verblijfsaanvragen. De stelling dat eiser detentieongeschikt was, werd verworpen wegens gebrek aan recente medische onderbouwing.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet binnen de wettelijke termijn was gehoord, waardoor de bewaring vanaf 1 augustus 2003 onrechtmatig werd. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €644.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring van eiser wordt per 1 augustus 2003 opgeheven.