ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1521
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Recourt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit mvv-vereiste wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldigheid
Eiser, een Liberiaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij zijn Nederlandse partner. De aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat hij niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser stelde dat het vanwege de onveilige situatie in Liberia onmogelijk was om een mvv aan te vragen en dat hij daarom vrijstelling van het mvv-vereiste behoorde te krijgen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaar van eiser ten onrechte inhoudelijk had beoordeeld op basis van oud recht, terwijl nieuw recht van toepassing was. Tevens stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende had onderzocht of er een categoriaal beschermingsbeleid of moratorium voor Liberia gold ten tijde van het besluit. Dit is relevant omdat dit het mvv-vereiste zou kunnen beïnvloeden.
Verder was er geen Nederlandse vertegenwoordiging in Liberia en had verweerder niet aangegeven in welk aangrenzend land de mvv kon worden aangevraagd, waardoor eiser niet adequaat kon reageren. De rechtbank vond het besluit daarom onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig, in strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.