ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1547
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- J.S.W. Holtrop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen uitlevering aan Verenigde Staten ondanks bezwaren
In deze zaak verzocht eiser om niet te worden uitgeleverd aan de Verenigde Staten, stellende dat uitlevering disproportioneel zou zijn vanwege vermeende hoge straf, staatloosheid en inmenging in zijn gezinsleven. De rechtbank overwoog dat de mogelijke hoge straf in de VS niet gelijk staat aan onmenselijke behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro en dat de verschillen in strafmaat tussen landen niet aan uitlevering in de weg staan.
Verder werd vastgesteld dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk staatloos is, noch dat hij pogingen had ondernomen om een nationaliteit te verkrijgen. De rechtbank oordeelde dat de inmenging in het gezinsleven gerechtvaardigd is gezien het belang van Nederland om verdragsverplichtingen na te komen en dat opvang van de minderjarige kinderen in Nederland is gewaarborgd.
Eiser voerde ook aan dat recente ontwikkelingen, zoals deals met medeverdachten in de VS, een reden zouden kunnen zijn om uitlevering te weigeren. De rechtbank stelde dat er geen bewijs was dat dergelijke 'plea agreements' voor eiser mogelijk zijn. Ook de duur van de uitleveringsdetentie was geen reden om uitlevering te weigeren, mede omdat deze mede het gevolg was van het verzet van eiser zelf.
De rechtbank concludeerde dat gedaagde in redelijkheid tot uitlevering heeft kunnen besluiten en wees de vordering van eiser af. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering van eiser tegen uitlevering aan de Verenigde Staten wordt afgewezen.