ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1553
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- J.S.W. Holtrop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opschorting uitlevering naar Verenigde Staten wegens vermeende schending EVRM en disproportionele vervolging
Eiseres, gedetineerd in Nederland en vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen, verzocht in kort geding om opschorting van haar uitlevering aan de Verenigde Staten. Zij stelde dat uitlevering in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro vanwege de hoge straf die haar te wachten staat en de mogelijkheid van onbeperkte vreemdelingendetentie in de VS. Tevens voerde zij aan dat haar staatloosheid en de inmenging in haar gezinsleven uitlevering onrechtvaardig maken.
De rechtbank oordeelde dat een hoge strafmaat niet gelijkstaat aan onmenselijke behandeling en dat het Amerikaanse vreemdelingenrecht geen onbeperkte vreemdelingendetentie kent. De vermeende staatloosheid werd verworpen omdat eiseres geen pogingen had ondernomen om een nationaliteit te verkrijgen. De inmenging in het gezinsleven werd gerechtvaardigd geacht vanwege het belang van Nederland om verdragsverplichtingen na te komen en de opvang van de minderjarige kinderen in Nederland was gewaarborgd.
Verder wees de rechtbank het argument van disproportionele vervolgingsdrang af, aangezien het uitleveringsverdrag en de Uitleveringswet geen grond bieden om het verzoek te weigeren. Ook recente ontwikkelingen omtrent mogelijke plea agreements in de VS werden niet als reden gezien om uitlevering te weigeren. De rechtbank concludeerde dat gedaagde in redelijkheid tot uitlevering heeft kunnen besluiten en wees het verzoek af, waarbij eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot opschorting van uitlevering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.