ECLI:NL:RBSGR:2003:AJ0182
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake tenuitvoerlegging straf na toezegging officier van justitie
Eiser is in 1985 door het gerechtshof veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan zes maanden later bij Koninklijk besluit zijn kwijtgescholden. Na diverse gratieverzoeken en oproepen om zich te melden, werd eiser in 2003 aangehouden voor executie van de straf. Eiser beroept zich op een brief van 16 maart 1992 van de officier van justitie waarin werd meegedeeld dat van tenuitvoerlegging werd afgezien, en vordert verbod op uitvoering van het arrest en onmiddellijke vrijlating.
De rechtbank oordeelt dat nader onderzoek nodig is naar de authenticiteit en context van de brief en de bijbehorende enveloppe, alsmede naar de gang van zaken rond het dossier en de executiekaart. De brief bevat een onbevoegde toezegging en het recht tot tenuitvoerlegging is niet vervallen. De rechtbank acht het echter niet redelijk dat eiser in afwachting van het onderzoek gedetineerd blijft.
Daarom wordt de executie van de straf geschorst onder de voorwaarde dat eiser in Nederland blijft en zijn reisdocumenten ter beschikking stelt. Een nadere zitting wordt vastgesteld om de zaak verder te behandelen. De rechtbank wijst tevens op de noodzaak dat de officier van justitie die de brief heeft ondertekend, wordt gehoord.
Uitkomst: Executie van de straf wordt geschorst en eiser wordt onder voorwaarden onmiddellijk in vrijheid gesteld.