ECLI:NL:RBSGR:2003:AJ9976
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake schorsing rechtsgevolgen verblijfsvergunning
Verzoekers, beiden van Russische nationaliteit, hebben bij de korpschef van de regiopolitie te Utrecht aanvragen ingediend voor verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd, welke zijn afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Tegen deze besluiten is bezwaar gemaakt en verzoek tot voorlopige voorziening ingediend om de rechtsgevolgen van de afwijzende besluiten op te schorten.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 73, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet van rechtswege schorsende werking aan het bezwaar is verbonden bij afwijzing wegens het ontbreken van een mvv. Echter is in artikel 8, aanhef en onder h, Vw 2000 bepaald dat een vreemdeling rechtmatig verblijf heeft indien bij beschikking op grond van deze wet is bepaald dat uitzetting achterwege blijft. Verweerder heeft bij brief van 4 maart 2003 bepaald dat verzoekers niet zullen worden uitgezet, waardoor rechtmatig verblijf is ontstaan.
Gelet op de samenhang tussen de artikelen 8, 27 en 73 Vw 2000 vervallen de overige rechtsgevolgen van de afwijzende beschikking indien sprake is van rechtmatig verblijf. De voorzieningenrechter concludeert dat de gevraagde voorlopige voorzieningen, die verder strekken dan alleen een verbod tot uitzetting, niet toewijsbaar zijn. Verzoekers verblijven thans rechtmatig in Nederland.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en veroordeelt verweerder in de proceskosten. De uitspraak is gedaan op 12 juni 2003 en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat rechtmatig verblijf is ontstaan door een beschikking dat verzoekers niet worden uitgezet.