ECLI:NL:RBSGR:2003:AJ9987
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor verblijf minderjarig Turks kind bij gezinshereniging
Verzoekster, een minderjarig Turks kind, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging bij haar moeder. Deze aanvraag werd afgewezen vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Na eerdere procedures en beroep, waarbij de rechtbank reeds het geschil beoordeelde, werd opnieuw een aanvraag ingediend die eveneens werd afgewezen met het mvv-vereiste als grond.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij wordt overwogen dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Toch acht de rechtbank bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig die het niet tegenwerpen van artikel 4:6 Awb Pro rechtvaardigen. Verzoekster verblijft sinds haar vijfde onafgebroken in Nederland, is geïntegreerd, volgt onderwijs en woont in harmonie met haar familie.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak die stelt dat nationale procedurele regels gevolgd moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Hier zijn die bijzondere omstandigheden aanwezig, onder meer vanwege de langdurige verblijfssituatie en de kwetsbare positie van verzoekster.
De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, verbiedt de uitzetting tot vier weken na beslissing op bezwaar en veroordeelt verweerder in proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H. Gorter op 9 juli 2003.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.