ECLI:NL:RBSGR:2003:AK0418
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring na gegrondverklaring asielberoep
Eiser diende op 25 oktober 2002 een asielaanvraag in, welke op dezelfde dag werd afgewezen. Tegelijkertijd werd een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser geen rechtmatig verblijf zou hebben. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de bewaring op 13 november 2002 ongegrond, maar verklaarde het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag op 15 november 2002 gegrond en vernietigde het afwijzingsbesluit.
Hierdoor werd eiser geacht gedurende de bewaring rechtmatig in Nederland te verblijven, waardoor de bewaring vanaf dat moment onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat eiser ten onrechte vanaf het begin op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw 2000 in bewaring was gesteld, maar dat de rechtmatigheid van de bewaring tot en met 6 november 2002 onherroepelijk was vastgesteld. Daarom werd schadevergoeding toegekend voor de periode van 6 tot 19 november 2002.
Verweerder had aangevoerd dat de bewaring na 15 november 2002 niet onrechtmatig was omdat deze op andere gronden voortgezet had kunnen worden, maar de rechtbank verwierp dit omdat verweerder geen andere grond aan de maatregel ten grondslag had gelegd. De rechtbank wees ook een verzoek om herziening van de eerdere uitspraak af en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank kent schadevergoeding toe voor de onrechtmatige bewaring van 6 tot 19 november 2002 ter hoogte van €910.