ECLI:NL:RBSGR:2003:AK3433
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.H.B.M. Potters
- J.K.B. van Daalen
- P.P.M. van der Burgt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op asiel na verlening verblijfsvergunning regulier wegens drie jaren relevant tijdsverloop
Eiser, van Iraanse nationaliteit en lid van de Koerdische bevolkingsgroep, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen. Vervolgens werd hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier verleend op grond van drie jaren relevant tijdsverloop. Eiser handhaafde zijn asielprocedure en maakte bezwaar tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk was in zijn beroep, ondanks dat hij reeds een reguliere verblijfsvergunning had. De rechtbank overwoog dat artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 strikt genomen een afwijzingsgrond is, maar dat deze buiten toepassing blijft indien de verblijfsvergunning ambtshalve is verleend, zoals in dit geval.
Inhoudelijk stelde eiser dat hij vanwege zijn politieke activiteiten en familiebanden in Iran vervolging vreesde. De rechtbank achtte echter de vrees niet aannemelijk, mede omdat eiser na de arrestatie van zijn broer nog bijna drie weken in Iran bleef werken en zelfs werd bevorderd, wat niet strookt met gegronde vrees voor vervolging.
Ook op grond van het EVRM en internationale verdragen werd geen reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om asiel af.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.