ECLI:NL:RBSGR:2003:AK3474
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning zelfstandige Turkse onderdaan wegens motiveringsgebrek standstill-bepaling
Verzoeker, een Turkse onderdaan, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met het doel het verrichten van arbeid als zelfstandige. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), waarbij verweerder zich baseerde op artikel 16 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en het standpunt dat de standstill-bepaling uit het Aanvullend Protocol EG-Turkije niet van toepassing was.
Tijdens de zitting gaf verweerder aan dit standpunt niet langer te handhaven, maar stelde dat het mvv-vereiste reeds sinds 1973 gold en dus geen nieuwe beperking vormde in de zin van het Aanvullend Protocol. De voorzieningenrechter constateerde echter dat het bestreden besluit geen duidelijk standpunt bevatte over de huidige interpretatie van de standstill-bepaling, waardoor sprake was van een motiveringsgebrek in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en wees het verzoek om een voorlopige voorziening toe, waarbij tevens een verbod tot uitzetting werd opgelegd zolang het bezwaar en het daarop volgende beroep nog lopen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen met een verbod tot uitzetting.