ECLI:NL:RBSGR:2003:AL1706
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. Keuzenkamp
- Rechtspraak.nl
Opheffing inbewaringstelling wegens onevenwichtige belangenafweging bij vreemdelingenbewaring
Eiseres werd op 15 april 2003 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 met het oog op haar uitzetting. Zij had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend en beschikte over een vaste woon- en verblijfplaats bij haar Nederlandse echtgenoot. De rechtbank stelde vast dat eiseres geen gevaar liep zich aan de uitzetting te onttrekken.
Verweerder had de inbewaringstelling meerdere malen op verschillende gronden gebaseerd, maar de rechtbank vond dat verweerder met een lichter middel, zoals een meldingsplicht, had moeten volstaan. De belangenafweging was onevenwichtig omdat eiseres zich had gemeld en haar identiteit vaststond.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 25 april 2003 en kende eiseres een schadevergoeding toe van €830 voor de periode van bewaring. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van eiseres toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank heft de bewaring op en kent eiseres een schadevergoeding toe van €830.