ECLI:NL:RBSGR:2003:AL1777
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring en weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering belangenafweging
Eiser, een Nigeriaanse man gehuwd met een Nederlandse vrouw, vroeg een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij zijn Nederlandse partner. Deze aanvraag werd geweigerd wegens gevaar voor de openbare orde, gebaseerd op een taakstraf voor een opiumdelict. Verweerder beriep zich op het nieuwe materiële recht dat sinds 1 april 2001 geldt en stelde dat de straf voldoende grond was voor weigering en ongewenstverklaring.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bij de beslissing op bezwaar ook de rechtmatigheid van het primaire besluit had moeten beoordelen, wat niet was gebeurd. Bovendien was de motivering van de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro ondeugdelijk, omdat geen aandacht was besteed aan de positie van de Nederlandse echtgenote, het in Nederland geboren kind en de kinderen uit eerdere relaties.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die stelt dat bij de belangenafweging aspecten zoals duur van verblijf, gezinssituatie en ernst van het misdrijf moeten worden meegewogen. Gezien de lange verblijfsduur, het gezinsleven en het geringe recidivegevaar vond de rechtbank de ongewenstverklaring disproportioneel.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd een voorlopige voorziening toegewezen die uitzetting tot die tijd verbiedt en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van artikel 8 EVRM.