ECLI:NL:RBSGR:2003:AL3285
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring EU-onderdaan met bestaansmiddelen
Verzoeker, een Duitse nationaliteit dragende EU-onderdaan, is ongewenst verklaard door verweerder omdat hij niet als gemeenschapsonderdaan werd aangemerkt vanwege vermeende economische niet-activiteit. Verzoeker betoogt dat hij sinds 18 februari 1999 in Nederland verblijft en als werkzoekende onder het begrip economisch actieve personen valt, of anders zelfstandig over voldoende bestaansmiddelen beschikt.
De voorzieningenrechter overweegt dat uit richtlijnen 90/364/EEG en 90/365/EEG volgt dat ook economisch niet-actieve EU-onderdanen recht op verblijf hebben indien zij zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien en niet ten laste komen van de publieke middelen. Aangezien geen aanwijzingen zijn dat verzoeker niet aan deze voorwaarden voldoet, moet hij als gemeenschapsonderdaan worden beschouwd.
Het primaire besluit is daarmee op een onjuiste grondslag gebaseerd en kan niet worden gehandhaafd. De uitzetting dient achterwege te blijven totdat de beslissing op bezwaar is genomen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten worden aan verzoeker vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van EU-recht en richtlijnen bij vreemdelingenbesluiten en bevestigt het voorlopige karakter van voorzieningenrechterlijke toetsing.
Uitkomst: Verzoeker mag de beslissing op bezwaar in Nederland afwachten; uitzetting wordt geschorst.