ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8263
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring en verlenging verblijfsvergunning bij veroordeling boven glijdende schaal
Eiser, van Marokkaanse afkomst, had een verblijfsvergunning die niet werd verlengd en werd ongewenst verklaard vanwege een onherroepelijke gevangenisstraf van vijf jaar, wat boven de norm van de glijdende schaal volgens artikel 3.86 Vb 2000 ligt. Verweerder had eiser niet door de Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACV) gehoord, maar door een ambtelijke commissie (AC), wat volgens de rechtbank in strijd is met het overgangsrecht en de geldende procedurele waarborgen.
Eiser stelde dat het eerbiedigingsbeginsel en het recht op familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) werden geschonden, mede omdat hij als minderjarige was toegelaten en een ouder de Nederlandse nationaliteit heeft. De rechtbank oordeelde dat het nieuwe materiële recht terecht werd toegepast en dat de veroordeling van eiser de weigering van verlenging en ongewenstverklaring rechtvaardigde. De regel dat minderjarigheid bescherming biedt was niet van toepassing omdat eiser meerderjarig was bij de aanvraag.
De rechtbank stelde vast dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, met name door het ontbreken van een ACV-gehoor. De personele leegloop van de ACV lag in de risicosfeer van verweerder en kon niet leiden tot het achterwege laten van het gehoor. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-verlenging en ongewenstverklaring wordt vernietigd.