ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8270
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing tewerkstellingsvergunning Wet arbeid vreemdelingen
Eiser, voor wie een werkgever een tewerkstellingsvergunning had aangevraagd, werd door verweerder geweigerd een dergelijke vergunning te verlenen. De werkgever diende bezwaar in tegen deze afwijzing, maar het was onduidelijk namens wie dit bezwaar was ingediend. Noch de werkgever, noch eiser of hun gemachtigden verschenen bij de hoorzitting. Eiser stelde beroep in tegen de beslissing op bezwaar, maar had niet zelf bezwaar gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beroep niet-ontvankelijk is als een belanghebbende niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden verweten. Dit was hier niet het geval. De inhoudelijke argumenten van eiser over zijn praktijkervaring en loon werden niet inhoudelijk behandeld vanwege de niet-ontvankelijkheid.
De rechtbank wees het beroep af en besloot het teveel betaalde griffierecht terug te storten. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de tewerkstellingsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van bezwaar.