ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8323
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing Dublinclaim wegens onvoldoende motivering belangen minderjarige asielzoeker
Eiser, een minderjarige asielzoeker uit Afghanistan, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het verzoek op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat Nederland de behandeling aan zich moest trekken vanwege zijn afhankelijkheid van zijn in Nederland verblijvende broers en zijn zorg voor een jongere broer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen gebruik was gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid ex artikel 4:84 Awb Pro, vooral gezien de belangen van het kind zoals beschermd door artikel 3 IVRK Pro. De aanwezigheid van familie in Nederland, het ontbreken daarvan in Oostenrijk, en de feitelijke steun die eiser ontvangt, werden onvoldoende meegewogen. Ook werd de uitleg van gezinsleden in het beleid als mogelijk te beperkt beschouwd.
De rechtbank vernietigde de bestreden beschikking wegens strijd met het motiveringsbeginsel en bepaalde dat verweerder opnieuw op de aanvraag moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzende beschikking en beveelt een nieuwe beslissing met inachtneming van de belangen van het kind.