ECLI:NL:RBSGR:2003:AM1460
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling wegens onvoldoende onderzoek opvang
Eiser, een minderjarige Chinese asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van vluchtelingenstatus en humanitaire redenen. De Minister weigerde de vergunning, stellende dat eiser onvoldoende documenten had overgelegd en dat er adequate opvang in China aanwezig was. Eiser voerde aan dat hij bedreigd werd en geen bescherming van de politie kon verwachten.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn vluchtelingenstatus en dat de bedreiging een privéaangelegenheid betrof zonder verband met het Vluchtelingenverdrag. Tevens werd vastgesteld dat verweerder de wettelijke termijn van zes maanden voor onderzoek naar adequate opvang had overschreden zonder dit te motiveren, wat niet zorgvuldig was.
Gelet op het beleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) en de jurisprudentie werd geconcludeerd dat niet boven redelijke twijfel vaststond dat eiser zich zelfstandig in China kon handhaven. De rechtbank vernietigde het besluit en beval een hernieuwde beslissing met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het besluit van 26 februari 2003 wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.