ECLI:NL:RBSGR:2003:AM1461
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Sassenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende toetsing artikel 8 EVRM
Eiseres, behorend tot de Midgan-bevolkingsgroep uit Somalië, kreeg in 1997 een voorwaardelijke verblijfsvergunning (vvtv) verleend. Deze vergunning werd in 1999 ingetrokken door verweerder, de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, op basis van beleidswijzigingen en het wegvallen van het categoriale beschermingsbeleid voor Somaliërs. Eiseres stelde dat de intrekking onterecht was en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat er een veilig verblijfsalternatief in Somalië bestond. Tevens voerde zij aan dat het besluit de bescherming van haar privé- en gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro schond.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bij het intrekken van de vvtv had moeten toetsen aan artikel 8 EVRM Pro, mede gezien de datum van de asielaanvraag (1996) en jurisprudentie die dit vereist bij intrekkingsbesluiten. Omdat het bestreden besluit deze toetsing ontbeerde en daardoor onvoldoende gemotiveerd was, werd het besluit vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres. Het beroep werd gegrond verklaard en het eerdere besluit tot intrekking van de vvtv werd vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van artikel 8 EVRM.