ECLI:NL:RBSGR:2003:AM2581
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende taalanalyse
Eiser, een vreemdeling die zich sinds december 1999 in Nederland bevindt, vroeg om toelating als vluchteling met de stelling dat hij afkomstig is uit Soedan en gegronde vrees heeft voor vervolging. Verweerder wees de aanvraag af op basis van een taalanalyse die concludeerde dat eiser niet uit Soedan afkomstig is, maar mogelijk uit Nigeria of een ander West-Afrikaans land.
De rechtbank oordeelde dat het taalanalyserapport onvoldoende inzicht geeft in de deskundigheid van de analist, die onduidelijk afkomstig is uit Noord- of Zuid-Soedan. De analist ging uit van de taal Isa, terwijl eiser het Isse spreekt, en concludeerde onbegrijpelijk dat eiser zelf woorden had bedacht. Hierdoor is de taalanalyse onvoldoende betrouwbaar om de afwijzing te baseren.
Verder werd geoordeeld dat verweerder niet adequaat heeft gemotiveerd waarom eiser naar Nigeria zou moeten terugkeren en niet naar een ander West-Afrikaans land. Ook is niet voldaan aan de vereisten van het EVRM artikel 3, omdat het risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer onvoldoende is onderzocht.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het beroep is gegrond verklaard en er is geen gewoon rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing en motivering.