ECLI:NL:RBSGR:2003:AM2616
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nederland verantwoordelijk voor asielaanvraag ondanks verblijfsvergunning gezinsleden voor onbepaalde tijd
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af omdat Oostenrijk verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinovereenkomst. Eiser stelde dat Nederland zijn asielaanvraag moest behandelen omdat zijn vrouw en kinderen in Nederland verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd bezaten.
De rechtbank beoordeelde het beleid zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000 en het toepasselijke artikel 3, vierde lid, van de Overeenkomst van Dublin. De rechtbank concludeerde dat het beleid ook van toepassing is wanneer gezinsleden een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd hebben, mits zij daarvoor een vergunning voor bepaalde tijd hadden ontvangen. Dit strookt met artikel 4 van Pro de Overeenkomst van Dublin, waarin geen beperking is opgenomen over de duur van het verblijf.
De rechtbank vernietigde de bestreden beschikking en bepaalde dat verweerder opnieuw moet beslissen op de aanvraag, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking en bepaalt dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.