ECLI:NL:RBSGR:2003:AM3182
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Weigering tewerkstellingsvergunning voor practicant wegens niet voldoen aan voorwaarden
De werknemer, een Keniaanse nationaliteit, had via haar werkgever een aanvraag ingediend voor een tewerkstellingsvergunning (twv) als practicant. De aanvraag werd geweigerd door de Centrale organisatie werk en inkomen (COWI). Zowel de werkgever als de werknemer maakten bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De werknemer stelde beroep in bij de rechtbank.
De kern van het geschil betrof de vraag of de werknemer als practicant viel onder de uitzonderingsregeling in paragraaf 25 van de Uitvoeringsregels Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank oordeelde dat de werknemer niet voldeed aan de voorwaarden, omdat zij niet beschikte over een voldoende vakgerichte basisopleiding en er geen geldige overeenkomst bestond tussen de buitenlandse en Nederlandse onderneming die de praktijkplaats faciliteert.
Daarnaast stelde de verweerder dat de werknemer geen belang had bij het beroep omdat de werkgever geen beroep had ingesteld. De rechtbank verwierp dit en stelde dat de werknemer wel belanghebbende was.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van de twv rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de werknemer tegen de weigering van de tewerkstellingsvergunning is ongegrond verklaard.