ECLI:NL:RBSGR:2003:AM7766
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak met derdelandenexceptie
Verzoekster, een Somalische vrouw, had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag tot vluchtelingenstatus, mede voor haar vier minderjarige kinderen. De rechtbank had eerder bepaald dat verweerder binnen zes weken een besluit op bezwaar moest nemen. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna verzoekster beroep instelde en een voorlopige voorziening vroeg om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat het geschil zich tot dan toe beperkte tot de vraag of de derdelandenexceptie op verzoekster van toepassing was, zonder het vluchtelingenchap te behandelen. Omdat niet uitgesloten kon worden dat verweerder alsnog op het vluchtelingenchap zou ingaan, werd de uitzetting voorlopig verboden totdat een nieuw besluit op bezwaar is genomen.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster. De voorlopige voorziening werd toegewezen met een verbod op uitzetting tot zes weken na het nieuwe besluit op bezwaar. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verbood de uitzetting van verzoekster totdat verweerder een nieuw besluit op bezwaar heeft genomen.