ECLI:NL:RBSGR:2003:AN1245
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas ondanks toekenning verblijfsvergunning amv
Eiser, een minderjarige vreemdeling uit Angola, vroeg asiel aan in Nederland en ontving een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv). Zijn aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning op asielgrond werd echter afgewezen omdat zijn asielrelaas als ongeloofwaardig werd beoordeeld.
De rechtbank toetste terughoudend of de minister in redelijkheid tot dit oordeel kon komen. Zij concludeerde dat eiser geen aannemelijke verklaringen kon geven over zijn identiteit, reisroute en omstandigheden in Angola. Zo kon hij geen geldige reis- of identiteitspapieren overleggen, was zijn verklaring over het verlies van een Cédula niet aannemelijk, en was zijn relaas over mishandeling en vervolging niet geloofwaardig.
Hoewel eiser stelde dat het onlogisch was dat hij een amv-vergunning kreeg terwijl zijn asielrelaas werd afgewezen, oordeelde de rechtbank dat deze twee beoordelingen los van elkaar staan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de minister de geloofwaardigheid van het asielrelaas terughoudend mag toetsen.
De uitspraak werd gedaan door rechter P.G. Wijtsma op 19 september 2003. Tegen deze uitspraak kon binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas.