ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7185
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inbewaringstelling vreemdeling ondanks 14-1-brief
Eiser is op 16 oktober 2003 in bewaring gesteld door verweerder en heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank 's-Gravenhage. Eiser had een 14-1-brief ingediend, waarin hij een beroep deed op de bevoegdheid van verweerder om in schrijnende gevallen een verblijfsvergunning te verlenen. Verweerder heeft beleid gevoerd waarbij verwijdering van vreemdelingen die een 14-1-brief hebben ingediend, wordt opgeschort totdat een afdoend antwoord is gegeven.
De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat verwijdering wordt opgeschort totdat de 14-1-brief is beantwoord, niet betekent dat de inbewaringstelling onrechtmatig is. Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000 voorziet uitdrukkelijk in de mogelijkheid om vreemdelingen met rechtmatig verblijf in bewaring te stellen met het oog op uitzetting. De vraag naar de juridische kwalificatie van de 14-1-brief behoeft geen beantwoording in deze procedure.
Verweerder heeft het spoedeisend belang van eiser erkend en toegezegd dat de 14-1-brief met spoed zal worden behandeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de beantwoording van de brief onredelijk lang zal duren. Ook is niet gebleken dat de bewaring in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 of niet redelijk gerechtvaardigd is. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Partijen kunnen binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.