ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7305
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling zonder identiteitsdocument en visum
Eiser is op 28 mei 2002 aangehouden als verdachte van mensensmokkel en in voorarrest gesteld. Na vrijlating op 6 juni 2003 is hij in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank beoordeelt of deze maatregel rechtmatig is en of de belangenafweging gerechtvaardigd is.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet beschikt over een geldig identiteitsdocument zoals bedoeld in artikel 4.21 Vreemdelingenbesluit 2000, omdat hij geen visum in zijn paspoort heeft dat vereist is voor grensoverschrijding. Tevens heeft eiser geen vaste woon- of verblijfplaats en bestaat vrees voor onttrekking aan uitzetting, mede omdat hij wordt verdacht van een misdrijf.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring op juiste wettelijke gronden berust en dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting, met een vlucht naar China geregeld op 23 juni 2003. Het beroep tegen de bewaring wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.