ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7307
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring vreemdeling wegens vervallen zicht op uitzetting
Eiser, een vreemdeling van Sierraleoonse nationaliteit, is sinds 17 september 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De maatregel is meerdere malen voortgezet, onder meer vanwege een afgewezen asielaanvraag en het ontbreken van een verblijfsrecht.
Na bijna tien maanden bewaring weegt het belang van eiser bij opheffing zwaarder dan het belang van verweerder bij voortzetting, omdat het zicht op uitzetting is komen te vervallen. Hoewel verweerder aangaf dat eiser gepresenteerd zou worden bij de Ghanese autoriteiten, werd deze afspraak afgezegd en is er geen definitieve datum van presentatie.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring niet langer gerechtvaardigd is, ondanks dat eiser onvoldoende medewerking aan het identiteitsonderzoek heeft verleend. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven omdat het zicht op uitzetting is komen te vervallen.