ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7315
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering vrees onttrekking aan uitzetting
Eiser, een Armeense vreemdeling, werd kort na aankomst in Nederland aangehouden op verdenking van winkeldiefstal en vervolgens in vreemdelingenbewaring gesteld. Eiser legde uit dat hij op weg was naar het politiebureau om asiel aan te vragen, maar daartoe niet in de gelegenheid was geweest vanwege zijn aanhouding. Verweerder had niet gevraagd naar de datum van binnenkomst, terwijl dit relevant is voor de beoordeling van de vrees voor onttrekking aan uitzetting.
De rechtbank oordeelt dat de procedure voor de bewaring wettelijk correct was, maar dat de motivering voor de vrees voor onttrekking onvoldoende is. Gezien het korte verblijf van eiser in Nederland en zijn intentie om zich te melden, is de bewaring onrechtmatig. De rechtbank beveelt de opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding toe van €950 voor de tien dagen in bewaring.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €322, die door de Staat der Nederlanden moeten worden voldaan. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt opgeheven met toekenning van een schadevergoeding van €950.