ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7326
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep vreemdelingenrecht wegens termijnverlenging
Opposant had beroep ingesteld dat door de rechtbank 's-Gravenhage niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Tegen deze uitspraak werd verzet ingesteld. Opposant stelde dat de termijn voor het indienen van de gronden was verlengd en dat de behandeling van het beroep was overgedragen aan de rechtbank Rotterdam, waardoor gemachtigde de gronden binnen de gestelde termijn bij Rotterdam had ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het Centraal Intakebureau Vreemdelingenzaken het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening abusievelijk aan twee rechtbanken had doorgeleid. Door de verlenging van de termijn en de brief van Rotterdam mocht gemachtigde aannemen dat de behandeling was overgedragen en dat de termijn conform Rotterdam was vastgesteld.
Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht en werd het verzet gegrond verklaard. De eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het beroep wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.