ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7591
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om opheffing ongewenstverklaring ondanks tijdsverloop en persoonlijke omstandigheden
Eiser, van Amerikaanse nationaliteit, werd in 1990 ongewenst verklaard vanwege een ernstig geweldsdelict en verzocht meerdere malen om opheffing van deze verklaring. Na eerdere afwijzingen diende hij in 2001 opnieuw een verzoek in, dat door verweerder werd afgewezen. Eiser stelde dat verweerder het toetsingskader onjuist had toegepast en dat zijn huidige omstandigheden, waaronder een stabiele levenswandel en geen recidivegevaar, een opheffing rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van eiser een herhaalde aanvraag betrof in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, waarbij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden moeten worden aangetoond. Het tijdsverloop werd als een veranderde omstandigheid erkend, waardoor een inhoudelijke toetsing noodzakelijk was. Verweerder heeft deze toetsing verricht en in redelijkheid geoordeeld dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om af te wijken van de tienjaarsgrens.
De belangenafweging werd beheerst door artikel 3:4 Awb Pro en de discretionaire bevoegdheid van verweerder volgens artikel 68 Vw Pro 2000 en artikel 6.6 Vb 2000. Gezien de ernst van het delict en het belang van de openbare orde, woog dit zwaarder dan de persoonlijke belangen van eiser. De rechtbank concludeerde dat verweerder het besluit tot afwijzing in redelijkheid heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.