ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7759
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor opvang vreemdeling wegens medische noodsituatie
Verzoekster, een 73-jarige vrouw met diabetes en dementieel syndroom, heeft een aanvraag gedaan voor opvang op grond van TBV 2001/31 omdat reizen gezien haar gezondheidstoestand niet verantwoord is. De minister heeft nog geen besluit genomen over haar status onder artikel 64 Vw Pro 2000 of de analoge situatie. Hierdoor is onduidelijkheid ontstaan over de bevoegdheid tot het verlenen van opvang door het COA.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet tijdig beslissen op het verzoek van 9 januari 2003 als een besluit geldt en dat de rechtbank bevoegd is het verzoek te behandelen. Gelet op de ernstige medische situatie van verzoekster, haar afhankelijkheid van anderen en de onhoudbare opvangsituatie, weegt het belang van verzoekster zwaarder dan het belang van het COA bij handhaving van het besluit.
De voorzieningenrechter beveelt dat verzoekster met onmiddellijke ingang wordt toegelaten tot de voorzieningen en verstrekkingen ingevolge de Rva 1997 tot vier weken na beslissing op het beroepschrift. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoekster wordt met onmiddellijke ingang toegelaten tot opvang en verstrekkingen op grond van TBV 2001/31 tot vier weken na beslissing op het beroepschrift.