ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7824
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring van EU-onderdaan
Eiser, een Spaanse burger en daarmee EU-onderdaan, werd op 14 oktober 2003 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens vermoedelijk illegaal verblijf. De rechtbank oordeelde dat eiser rechtmatig verbleef op grond van artikel 18 EG Pro-verdrag en dat de bewaring onrechtmatig was omdat eiser niet de vereiste termijn van veertien dagen kreeg om zijn identiteit te bewijzen.
De rechtbank verwierp het verweer van de Immigratie- en Naturalisatiedienst dat eiser geen geldig identiteitsdocument had en dat de bewaring daarom gerechtvaardigd was. Ook was er geen sprake van een rechtsgeldige beslissing tot intrekking van het verblijfsrecht of een vertrektermijn.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van € 855,00 voor de negen dagen in bewaring en veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de schade en kosten.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en schadevergoeding van € 855,00 toegekend wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.