ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7827
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling onder Vreemdelingenwet 2000
Eiser is op 23 juni 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft op 9 juli 2003 het voortduren van deze maatregel niet onrechtmatig bevonden. Op 5 augustus 2003 heeft de minister kennis gegeven van het voortduren van de bewaring, wat gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser.
Eiser heeft vervolgens bij brief van 7 augustus 2003 het beroep ingetrokken, maar de rechtbank oordeelt dat een dergelijke intrekking niet verenigbaar is met het systeem van de Vreemdelingenwet 2000 zolang de bewaring niet is opgeheven. Artikel 96 Vw Pro 2000 vereist een periodieke toetsing van de rechtmatigheid van de bewaring en legt de minister een kennisgevingsplicht op na een uitspraak van de rechtbank.
De rechtbank stelt dat het beroep daarom niet als ingetrokken kan worden beschouwd en dat de kennisgeving van de minister binnen de gestelde termijn gewaarborgd blijft. Verder is gebleken dat de minister de uitzetting van eiser met voldoende voortvarendheid voorbereidt, ondanks complicaties bij de aanvraag van een laissez passer. De rechtbank concludeert dat de gronden voor bewaring nog steeds bestaan en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.