ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7999
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen aan asielzoeker uit Sudan
Verzoeker, een Sudanese asielzoeker, diende in 1996 een asielaanvraag in die uiteindelijk werd afgewezen, waarna hij meerdere keren pogingen deed om een reisdocument te verkrijgen. Ondanks bezoeken aan de Sudanese ambassade en het overleggen van een doopakte, weigerde de ambassade een reisdocument af te geven. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stelde dat verzoeker onvoldoende meewerkte aan terugkeer, wat leidde tot beëindiging van verstrekkingen door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA).
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker voldoende inspanningen had verricht om een reisdocument te verkrijgen, mede ondersteund door een taalanalyse die zijn Sudanese afkomst bevestigde. De weigering van de Sudanese autoriteiten werd niet aan verzoeker toegerekend. Hierdoor was het oordeel van de IND en COA onredelijk.
De rechtbank besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen, de beëindiging van verstrekkingen te schorsen totdat op het beroep is beslist, en veroordeelde het COA tot betaling van proceskosten. De voorzieningenrechter vond dat het belang van verzoeker bij voortzetting van verstrekkingen zwaarder woog dan het belang van COA bij beëindiging.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de beëindiging van verstrekkingen geschorst totdat op het beroep is beslist.