ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8119
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende psychisch onderzoek asielzoeker
Verzoeker, een staatloos Palestijn uit Gaza, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die werd afgewezen in het kader van de aanmeldcentrumprocedure (ac-procedure). Verweerder stelde dat verzoeker onvoldoende bewijs leverde van zijn identiteit en afkomst, mede door incoherente antwoorden op kennisvragen. Verzoeker stelde dat zijn psychische toestand, waaronder een aanpassingsstoornis met kenmerken van PTSS, zijn vermogen om adequaat te antwoorden beïnvloedde en dat verweerder dit onvoldoende had onderzocht.
De rechtbank constateerde dat het onderzoek naar de psychische toestand van verzoeker was uitgevoerd door een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en niet door een arts, terwijl het formulier aangaf dat nader onderzoek door een GG&GD arts noodzakelijk was. De beperkte tijd en het ontbreken van een volledig medisch oordeel maakten het onderzoek onvoldoende zorgvuldig. Verweerder had verzoeker niet binnen de ac-procedure mogen horen maar naar een opvangcentrum moeten verwijzen.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing van de aanvraag niet zorgvuldig was voorbereid en dat het oordeel dat verzoeker in staat was om gehoord te worden onvoldoende was gemotiveerd. De resultaten van de gehoren konden niet als basis dienen voor de afwijzing. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid in het psychisch onderzoek.