ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8209
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 6 augustus 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, met het oog op uitzetting naar de Democratische Republiek Congo via een groepschartervlucht gepland op 20 augustus 2003. Deze uitzetting kon echter niet doorgaan omdat de Congolese autoriteiten hun toestemming introkken. Hierdoor verviel per 21 augustus 2003 de oorspronkelijke grondslag voor de bewaring.
Desondanks wijzigde de verweerder pas op 3 september 2003 de grondslag van de bewaring naar artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, waarmee de bewaring onrechtmatig werd voortgezet vanaf 21 augustus 2003 tot 9 september 2003, toen de bewaring werd opgeheven. De rechtbank oordeelde dat deze voortzetting zonder geldige grondslag onrechtmatig was.
De rechtbank kende de vreemdeling daarom een schadevergoeding toe van €1.330,- voor de periode van 21 augustus tot en met 8 september 2003, gebaseerd op richtlijnen voor immateriële schadevergoeding bij inverzekeringstelling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €644,-. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onrechtmatige voortzetting van de bewaring en kent schadevergoeding toe van €1.330,-.