ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8614
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning vluchteling wegens onvoldoende motivering binnenlands vluchtalternatief
Verzoeker, een Somalische nationaliteit behorend tot de Reer Hamar stam, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als vluchteling. Verweerder wees deze aanvraag af, stellende dat geen verband bestond tussen verzoekers wederwaardigheden en zijn clanafkomst en dat er een binnenlands vluchtalternatief aanwezig was.
De rechtbank oordeelt dat de motivering van verweerder onvoldoende is. De conclusie dat geen verband bestaat tussen verzoekers detentie en zijn clanafkomst is niet overtuigend, mede gelet op de verklaringen van verzoeker en ambtsberichten. Daarnaast is de beoordeling van het binnenlands vluchtalternatief niet conform de vereiste criteria uit de Vreemdelingencirculaire 2000 uitgevoerd.
Verder is verweerder tekortgeschoten in de zorgvuldige voorbereiding en motivering van het besluit, en is niet voldaan aan de hoorvereisten door het niet inschakelen van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en gelast een hernieuwde besluitvorming met inachtneming van de overwegingen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, aangezien verzoeker reeds tijdens de eerdere procedure in Nederland mocht verblijven. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.