ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8886
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot vernietiging erkenning kind op grond van Turks recht
De man heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot vernietiging van zijn erkenning van het kind, dat op 15 november 1999 door hem werd erkend. Zowel de man, de vrouw als het kind hebben de Turkse nationaliteit. De erkenning vond plaats na de geboorte van het kind op 11 november 1999 te Delft.
De rechtbank oordeelt dat op grond van de nationaliteit van de man Turks recht van toepassing is op de erkenning en het verzoek tot vernietiging daarvan. Dit volgt uit artikel 5 van Pro de Wet conflictenrecht afstamming. Hoewel het verzoek is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze wet, is het overgangsrecht van toepassing omdat het gaat om een rechtsbetrekking die na de inwerkingtreding is vastgesteld.
Volgens het Turkse recht is het niet mogelijk dat de erkenner zelf de door hem gedane erkenning vernietigt. Daarom verklaart de rechtbank de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek. De rechtbank benoemde een bijzonder curator over het kind, die een verweerschrift indiende. De man en de curator konden hun stellingen over het huwelijk en de echtscheiding in Turkije niet met stukken onderbouwen.
De beschikking is uitgesproken op 24 november 2003 door de enkelvoudige kamer van de sector Familie- en Jeugdrecht van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning van het kind.