ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8995
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardigheid en onderbouwing
Verzoeker, een Ghanees die stelt tot de Damango-bevolkingsgroep te behoren, vordert bescherming vanwege een dreiging op zijn leven door rivaliserende clans. Hij baseert zijn asielverzoek op een conflict tussen Damango en Abudu, waarbij zijn grootvader zou zijn vermoord en hij zelf vervolgd wordt vanwege zijn vermeende positie als troonopvolger.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees de aanvraag binnen 48 uur af wegens het ontbreken van geloofwaardige documenten en onvoldoende onderbouwing van de beweringen. Verzoeker betoogde dat zijn relaas gedetailleerd en niet ongeloofwaardig is en overhandigde openbare bronnen ter ondersteuning.
De rechtbank oordeelt dat de door verzoeker gestelde feiten deels steun vinden in objectieve bronnen, maar dat belangrijke details zoals tijdstip en plaats van de moord niet overeenkomen met de officiële informatie. Hierdoor is het relaas niet geloofwaardig. De rechtbank bevestigt dat de beoordeling van geloofwaardigheid primair bij de IND ligt en dat terughoudendheid bij toetsing geboden is, tenzij feiten evident onjuist zijn.
Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht, en de rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af wegens gebrek aan belang. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.