ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning op asielgronden. Verweerder wees dit af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, stellende dat eiser als lid van de DVPA en een commissie ter bestrijding van terrorisme mede verantwoordelijk was voor oorlogsmisdrijven gepleegd door de KhAD/WAD. De rechtbank constateerde dat verweerder het individuele ambtsbericht niet had overgelegd, waardoor eiser niet kon reageren en dit bewijs niet kon worden betrokken.
Eiser verklaarde dat zijn activiteiten voor de DVPA zich beperkten tot propaganda, ledenwerving en sociaal-culturele activiteiten, zonder betrokkenheid bij spionage of repressieve handelingen. De rechtbank vond de informatie over de banden tussen de Sazman-i-Awalya en de veiligheidsdienst summier en oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke rol van eiser binnen de commissie.
De rechtbank concludeerde dat de motivering van verweerder onvoldoende was en dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.