ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9474
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asielaanvraag Irak wegens onvoldoende geloofwaardigheid en vluchtalternatief
Eiser, een Iraakse asielzoeker en voormalig politieagent uit Baghdad, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van vreemdelingenrecht. Hij stelde dat hij vanwege de activiteiten van zijn broer voor het Iraqi National Congress (INC) en zijn eigen desertie uit de politie gevaar liep in Irak. Verweerder wees de aanvraag af omdat hij de verklaringen van eiser niet geloofwaardig achtte en stelde dat eiser zich aan zijn problemen kon onttrekken door zich in Noord-Irak te vestigen, waar hij een vluchtalternatief had.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn broer lid was van het INC en dat hij onvoldoende bewijs had geleverd, onder meer doordat vertalingen van documenten te laat werden overgelegd. Ook achtte de rechtbank de stelling van eiser dat hij in Noord-Irak als spion zou worden beschouwd niet onderbouwd. Verder werd rekening gehouden met het feit dat de situatie in Irak onzeker is, waardoor verweerder op dat moment niet in staat was een nieuw ambtsbericht op te stellen.
De rechtbank besloot om de na het bestreden besluit opgekomen feiten en omstandigheden niet mee te wegen, omdat dit tot een ontoelaatbare vertraging zou leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.